Volgende keer…

geraniums

Iedere dag loop ik langs zijn raam. Op wolkjes, in gedachten verzonken, al piekerend of met blik op oneindig. Het duurde een poosje voordat hij me opviel en ik me bedacht dat het geluid, wat ik niet direct kon plaatsen, wel eens bij hem weg kon komen. Maar ja, tegen die tijd was ik natuurlijk al een huis of wat verder. Volgende keer beter opletten dan maar…

Toen ik hem voor het eerst zag wist ik niet goed wat ik er van denken moest; ingevallen wangen, holle ogen, onverzorgde baard en smoezelige pyjama. Vanuit zijn grote donkerbruine leren stoel pal achter het raam kon hij de straat goed in de gaten houden. Geraniums staan er niet, plastic bloemetjes wel. Onze blikken kruisten, het onbestemde geluid bleek een hartelijke groet en een hand werd opgestoken. Vanaf die dag was het iedere keer als ik met mijn hond langs liep het zelfde ritueel. Of dat nu ‘s morgens voor een vroege dienst aan was, ‘s avonds voor het slapen gaan of ergens er tussen in… ik liep langs, hij zwaaide, ik zwaaide terug en ik ging vervolgens met een glimlach verder. Het maakte niet uit hoe ik die dag te pas was, als ik voorbij zijn huis liep en hij weer zo hartelijk groette dan kleurde hij mijn dag.

Een keer ben ik hem buiten tegengekomen, een eindje verderop. Ik zoals altijd met hond Tom aan het lijntje, hij zoals altijd nog even smoezelig en onverzorgd, op een scootmobiel. Zijn hand ging omhoog, zijn ogen straalde en een hartelijke groet schalde over straat. Eigenlijk had ik even een praatje willen maken, maar het moment was al voorbij. Volgende keer…dacht ik nog. Volgende keer..

Totdat het gordijn laat op de ochtend nog dicht zat. ‘S avonds was het wel weer open maar het huis zag er akelig donker en leeg uit. De dag er na evenzo. En de daaropvolgende paar dagen ook…

Iedere keer als ik er langs liep en ik zijn lege grote stoel zag staan mistte ik hem een beetje meer. Hij zal nooit weten wat hij iedere dag met me deed. Wat voor een effect het had om begroet te worden met een stralende glimlach. Wat een voorbeeld hij regelmatig voor me was dat hij; oud, zwak een ziekelijk, het toch voor elkaar kreeg om zo open en positief de ander te zien. Zulke dingen zeg je ook niet tegen elkaar en al helemaal geen wildvreemde. Toch?!

Dat laatste bedacht ik me op een kille avond toen ik door de miezerige regen nog een rondje liep met Tom. Ik ben er, ondanks een andere wandelroute, voor omgelopen om het laatste stukje toch nog even bij hem langs te lopen. Vraag me niet waarom… Afscheid nemen misschien?

En daar zat hij weer! Zijn wangen nog meer ingevallen, zijn gezicht nog grauwer maar met evengrote lach op zijn lippen. Mijn hart maakte een sprongetje van blijdschap. Hallo oud buurmannetje, u bent er nog! Volgende keer maak ik een praatje, volgende keer…

Ik ben een braam

braamIk ben een braam. Althans, zo zegt de Keltische astrologie. Ik zit bij de kapper, verf in mijn haar, de tijd te doden met het lezen van de Happinez. Niet echt wat je zegt mijn blad, maar het is stukken beter dan de Story of Privé die de kapster zo vriendelijk voor me heeft klaargelegd. Een braam dus. Ik hou niet eens van bramen, maar de persoonsbeschrijving die er onder staat komt me toch akelig bekend voor. Ik heb er altijd een beetje moeite mee om te geloven dat wie ik ben of hoe ik ben afhankelijk is van welk tijdstip, onder welke maan, of zelfs welke naam mijn ouders voor mij bedacht hebben. Maar sinds mijn (christelijk) geloof in hoe het hoort en zou moeten zijn flinke deuken en krassen heeft opgelopen (op zijn zachts gezegd) wil ik niet eens meer zwart/wit denken. ‘Onderzoekt alles en behoudt het goede’.

Eerlijk gezegd weet ik zelf voor de helft van de tijd niet meer wie ik ben of wat ik voel of waarom ik dingen heb gedaan of gelaten in mijn leven. Nee, dat is niet helemaal waar. In het afgelopen jaar heeft mijn wereld behoorlijk op zijn kop gestaan, is de bodem onder mijn voeten weggeslagen, ben ik zelf in duizenden stukjes uiteen geknald en was ik vergeten wie ik zelf ook alweer was, laat staan hoe ik zou willen zijn. Maar het jaar 2015 is afgesloten (jeheuj!) en 2016 is begonnen en eerlijk is eerlijk…. ik voel me eigenlijk behoorlijk top de laatste tijd. Brokjes bij elkaar geveegd, stukjes aan elkaar gelijmd. Yvonne is er weer. He, wat fijn. Ik voel me weer beter dan in… tja, lange lange tijd. In balans, zoals ze dat zo mooi noemen. Behalve op een gebied. Iets met God en geloof. Iets wat de afgelopen jaren iets en Iemand was geworden waar ik niet veel mee kon, niet meer wist wat ik er mee aan moest.

Mooie gesprekken gehad de laatste tijd. Het helpt me om alle puzzelstukjes weer op zijn plaats te krijgen. En een van die puzzelstukjes is dat ik niet alles hoeft te kunnen snappen en begrijpen voordat ik door kan gaan. Ik… Controlefreak. Perfectionist. In mijn persoonlijke leven tenminste. Dat het blijkbaar oké is dat niet puzzelstukjes direct op zijn plek komen te vallen, misschien zelfs voor altijd blijven missen.

Laat mij nog maar even door puzzelen. Af en toe ben ik wel benieuwd naar het eindresultaat maar de weg daar naar toe is veel leuker als je daar van kunt genieten ben ik achter gekomen. Helemaal als je haar weer goed zit.

Gastblogger Jesse (7) en zijn New York om van te lachen

Je komt iets na de lunch, eet desondanks daar nog een keer. Nog maar eens een bak koffie, er wordt  verwacht dat je aanschuift voor de warme maaltijd – nee wordt niet geaccepteerd – ach nog maar een bak koffie en voordat je het weet zijn er uren verstreken en kom je s avonds pas laat  thuis. ‘Even’ een bakkie doen, ja ja.

Er zijn van die vriendschappen die je hele leven meegaan, letterlijk vanaf de babytijd in dit geval, ook al zie en spreek je elkaar tussendoor soms jaren niet. Ik heb zelfs gemist dat ze überhaupt voor de vierde keer zwanger was en heb het beste kereltje pas ontmoet toen hij al meerdere jaren op deze aarde was. Hele brokken leven van elkaar gemist. En toch pak je de draad zo maar weer op alsof het gisteren was dat je elkaar sprak.

DSC_0501 (2)Datzelfde kereltje waar ik het net over had, Jesse, inmiddels bijna 8 jaar oud (donderdag is hij jarig!) had meegedaan met een gedichtenwedstrijd op school. Net niet gewonnen. Zijn zus wel, zij mocht wel door naar de volgende ronde. Natuurlijk ben je dan blij voor je zus, maar oh…. eigenlijk ben je dan ook best vet verdrietig. Want je had het zelf ook zo graag gewild. Dus ik heb hem gevraagd of hij gastblogger van mij wilde worden. Ik was zwaar onder de indruk van zijn prachtige gedicht, en blogjes schrijven lukt mij al heel lang niet meer. Het zou best gaaf zijn als ik zijn gedicht dan zou mogen plaatsen en dat het op deze manier door heel erg veel mensen gelezen zou worden. ‘Lijkt je dat wat?’ vroeg ik hem. Ja, dat leek hem wel wat.

Dus, lieve Jesse, stoere vent en super goede dichter. Welkom op mijn weblog, dank je wel dat jij mijn allereerste gastblogger wilt zijn.

Dames en heren, mijn trots presenteer ik u: New York om van te lachen

New York om van te lachen

ik heb dit geschreven

misschien ga ik dit beleven

het is mijn lieveling’s stad

ze eten daar vast wel patat

in New York staat ook het Vrijheidsbeeld

ze hebben het niet ge e-mailt

in New York is het druk

dus als je lang moet wachten eet dan gerust een tuc

het Vrijheidsbeeld heeft een staf in zijn hand

dus in een restaurant is hij geen makkelijke klant

dit is mijn gedicht

het zit nu in mijn zicht

bijna iedereen heeft een gedicht

maar je bent niet verplicht

EINDE

 

Een dag hard werken

Rupsbaan

Gisteren ben ik de hele dag mee geweest met een dagje uit met de bewoners. Het zonnetje scheen, iedereen mooie kleren aan en stralende gezichten. Zowel bewoners als personeel. Wat een onwijs leuke dag! Een speciale dag in de Waarbeek voor mensen met een verstandelijke beperking. Samen in de bus was al één groot feest. Voor de ingang van het park kregen we gele bandjes om. Die er bij een enkeling al weer binnen een minuut af was. Wat ja, zo’n ding hoort niet aan je rolstoel of jas. Maar toen konden we ook naar binnen. Ik heb nog nooit zoveel verstandelijk beperkten bij elkaar gezien.

De steile brug over een spoortje was al een attractie op zich. Dat valt nog niet mee met rolstoel of rollator. F. begon al van oor tot oor te stralen, te zwaaien en te lachen toen we er samen over heen ‘klommen’. Maar hij was sowieso nergens bang voor, wilde overal in. Tja, en dan moet je mee als begeleiding. Hoe vervelend. De beste man kan geen woord zeggen, maar zijn gebaren en gezicht sprak boekdelen. Maar dat gold voor iedereen. Behalve een. Die vond het op zich allemaal best, maar zij kwam maar voor een ding: patatjes en een kop koffie. Toen was het goed: “Gaan we weer naar de bus?”

Er was een attractie bij die mij voor de meesten wat te spannend leek. In zo’n ronddraai ding, doek over je hoofd en hup daar ga je. Tot mijn verbazing wilden ze er allemaal in. Behalve A., die wachtte nog steeds op de bus. En tja, de Waarbeek is natuurlijk bedoeld voor de wat jongere kinderen. En nu zijn ze dat op verstandelijk niveau wel, maar ze hebben wel grote mensen lijven. Ach, met ons drieën in zo’n bakkie; dat ging net. Even vergeten dat je door al dat ronddraaien natuurlijk naar de zijkant wordt gedrukt. Het gevaarte kwam tot stilstand, de kap ging weer om hoog. H. slaakte een diepe zucht, M. bleef stilletjes zitten met een grote grijns op haar hoofd. En ik…. ik zat zo klem als ik weet niet wat. Met geen mogelijkheid kwam ik het bakkie uit. Collega J, lachte me eerst faliekant uit, pieste daarna zowat in haar broek van het lachen toen ze zag dat ik er echt nog geen centimeter van mijn stoeltje kon komen. Ze heeft me er letterlijk uit moeten trekken. Werkelijk, ik heb me bescheurd van het lachen. Ik heb mijn beurse heupen het uur daarna nog gevoeld.

H. was zo onder de indruk van het draaiding die omhoog was gegaan dat hij dat aan iedereen die hij tegenkwam (en dat waren er veel) even moest vertellen. Op de drama manier zoals alleen hij dat kan: Gepijnigd gezicht, hand tegen zijn voorhoofd, pffffoeeeh. En zo’n beetje het halve park weet nu aan wie hij het vanavond allemaal gaat vertellen. Papa, mama, Toos, Hennie, Josje, Niekje…het lijstje werd steeds langer. Hij was trots op zichzelf dat hij er in had gedurfd, maar oooh, spannend was het wel.

Eind van de middag streken we neer op het terrasje, wat uitkeek op de parkeerplaats. Busjes kwamen en gingen en namen allemaal moe maar blije mensen mee. Wij blijven nog even zitten, lekker eten besteld, bijkomen van een indrukwekkende dag. Na een goed uur zaten ook wij in ons busje, terug naar de groep. Tenminste… nadat iemand met een sleutel de slagboom voor ons omhoog heeft gedaan waar we vast voor waren komen te staan. Wisten wij veel.

Wat een heerlijke dag. En daar word je nog voor betaald ook. Vrijwilliger Roelof niet. Fantastische man. Hij heeft half niet in de gaten hoe blij we zijn met mensen zoals hij.

Als het tijd is

Tijd

Och heden, waar heb ik me nu dan weer voor opgegeven. My 500 Words 31-Day Challenge. Elke dag 500 woorden schrijven. Weer zo’n spontane actie die ik vast niet meer dan 3 dagen vol hou. En toch heb ik er zin in. Wie weet waar ik over 31 dagen sta, misschien al druk aan het verhuizen, of niet, maar ik ben het een beetje zat om alle dagen in een wachtmodus te blijven hangen. Minstens drie keer per dag het internet afstruinen of er nog nieuwe huurwoningen worden aangeboden. Blijven hangen in de zoveelste afwijzing en me druk over hoe lang het nog kan duren. Alsof er dan sneller een huis beschikbaar komt… Nee, een nieuwe uitdaging. Iets anders om me druk over te maken. Best prettig.

Mijn zusje is uitgerekend. Vandaag. Ik blijf het een raar idee vinden, mijn kleine zusje als moeder. Alsof ze nog steeds mijn kleine zusje is… Ze is maar 6 jaar jonger dan ik. Vanmorgen voelde ik zenuwachtig gekriebel maar nee, alles is nog rustig, appte ze terug. Maandag ben ik nog even bij haar geweest. Zou dat de laatste keer zijn geweest dat ik haar met een dikke buik zag? Die kans is vrij groot. Aan de andere kant, mijn dochter liet ook 13 dagen lang op zich wachten en liet eerst nog de verjaardagen van haar papa en mama rustig voorbij gaan. Als het tijd is, dan is het tijd. Is dat niet met alles in het leven? Dat is wel waar ik me de laatste tijd veel aan vastklamp. Of het nu gaat om gebeurtenissen in je leven, mensen die je ontmoet en voor langere of kortere tijd in je leven blijven, eigenlijk alles wel. Niets is voor niets, al gaat veel zomaar aan je voorbij zonder er echt bij stil te staan en zijn er zat dingen in het leven waarvan ik absoluut niet begrijp waarom wel of waarom juist niet, wie wel, wie niet. Het lastige, vind ik, is weten wanneer je iets los moet laten of juist voor moet blijven vechten. Voor alles is er een tijd en soms is het nog geen tijd. En soms moet je tijd maken. Zoals gisteren: midden op de dag de boel de boel laten, film opgezet, kop thee in de hand en even heerlijk genieten zonder schuldgevoelens. Dolce far niente. The sweetness of doing nothing. Het zalige nietsdoen.

Er komt vast nog wel weer een tijd wanneer de rust weer wat weerkeert in mijn hoofd. Maar ik weet niet wanneer de deur naar mijn nieuwe leven opgaat. Is het over een week, een maand, een jaar? En wat doe ik in de tussentijd dan? Mijn leven laten bepalen door de beklemming van de wachtstand? Dat wil ik niet, maar hoe verander ik dat dan? Ik vlucht bijna dagelijks het huis uit. Gewoon omdat ik er niet kan zijn. De muren op mij afkomen. Omdat niets doen er voor zorgt dat mijn brein overkookt van te vele gedachtes. Ik kan mijn hoofd nu eenmaal niet stopzetten. Zo ben ik. Ik wil niet pas weer kunnen genieten van het leven als ik mijn eigen plekje heb. Ik wil ook genieten van het leven, nu. Weer een beetje gelukkig zijn. En dan met name met mijzelf. Nog een uitdaging. Lukt vandaag aardig trouwens (;

How I caught it, found it, or came by it

Een handje vol winkels verzameld rondom een Middeleeuwse kerk. Meer is het niet. We kwamen ook niet naar dit dorp om te shoppen, slechts voor een heerlijke bak koffie en een veel te luxe broodje. Maar toen we de drempel over gingen van dat ene kleine winkeltje, stapte ik onverwachts de vorige eeuw binnen. Zo leuk! Al die oude spulletjes, meubeltjes van ooit. Jaren ’50, ’60? Ik weet het niet eens precies. Toen ik helemaal achterin het winkeltje een grote, donkerbruine boekenkast ontdekte, ging mijn hartje pas echt sneller slaan. Al die oude boeken, rommelig opgestapeld of naast elkaar gepoot op de planken. Vergeeld. Vlekkerig. Muf. Maar oooh wat werd ik hier blij van.

“I know not why I am so sad; it wearies me; you say it wearies you. But how I caught it, found it, or came by it. What stuff ’t is made of, were of it is born, I am to learn.”

Zucht. Zwijmel. Yvonne werd acuut week. Oh dear, waarom praten wij tegenwoordig niet mee zo kleurrijk? Dat ik daar zelf waarschijnlijk al binnen 10 minuten doodmoe van zou worden, vergat ik maar even.

old books with flower

Meneer Shakespeare verdwijnt een poosje later in een schattig bruin tasje. Slechts 1 euro; zoveel rijke woorden voor een paar cent te koop. ‘T is wat. Dhr Charles Dickens er naast, hem had ik ook niet kunnen laten liggen. Of ik ze beiden helemaal zal lezen? Nee, natuurlijk niet. Maar ze zullen wel een mooi plekje krijgen op een of ander plankje of kast, als ik straks eindelijk een huisje voor mijzelf heb. En af en toe zal ik wat stukjes lezen, even genieten van zoveel schoonheid op een flinterdun papiertje.

Ik heb iets met woorden. Of ze nu uit een boekje komen van bijna een eeuw oud, uit een tekst van een lied, met zorg uitgezocht en geschreven op een kaart (waarvan ik de laatste tijd tientallen heb mogen ontvangen- mijn dank is groot!) of zomaar getypt in een what’s app berichtje. Woorden kunnen mij ontzettend raken. Helaas ook niet altijd in de positieve zin… Best lastig als je geneigd bent om te veel te analyseren, uit te pluizen, proberen te ontrafelen. Terwijl dit echt niet altijd (lees: meestal niet) hoeft. Ik leer… ‘work in progress’ zeg maar.

Hoe toepasselijk om dit blogje te eindigen met een mooie zin. Niet mijn eigen uiteraard.
“I regret to announce — this is the end.(…) I bid you all a very fond farewell.”
(Een beetje kenner zal deze zin herkennen ;))

Mijn beste vriend

Tom Rutbeek

Eenzaamheid is tegenwoordig mijn beste vriend. Ondanks de mensen om mij heen die meelevend – of is het medelijdend? – af en toe een appje sturen of langskomen om te vragen hoe het gaat en of er nog wat nieuws te melden is. Eenzaamheid loopt met me mee op een heerlijke zonovergoten dag als deze. Als ik met Tom wandel naar het Rutbeek – nu kan het nog – en de vogels als één groot chaotisch orkest hun liederen fluiten en de wind zachtjes met mijn ongekamde haren speelt. Het zit naast me als ik op mijn hurken in het gras, tussen de honderden Margrietjes zit om zo mooi mogelijke foto’s te maken van een dolenthousiaste hond. Het blijft naast me als ik op het houten balkje zit met mijn voeten in het zand waar Tom onder luid gegrom diezelfde balk uit probeert te graven. Zinloos. Net als mijn leven op dit moment. En toch geniet ik van de vredige rust, de stilte, van het nu. Denkend aan al die mensen die voorbij komen wandelen. Hand in hand, twee aan twee. Of voetballend met hun kinderen, even verderop. Samen. Niet alleen. Ik lijk op dit moment nauwelijks te bestaan. Alleen Tom kom naast me zitten en kijkt me met zijn trouwe hondenogen aan. Hij begint zachtjes te piepen. Alsof hij mij wil troosten. Bemoedigen. Zeggen dat ik niet alleen ben. Ik ben ook niet alleen. Eenzaamheid zit naast me. Mijn meest trouwe vriend. Het laat me nooit alleen..